Citaat | Hoge Raad 14 april 2020
Onder 2.2.2 Hoge Raad 14 april 2020
Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:646.
A: Ik heb daar gezien: [betrokkene 6] , [verdachte] , [medeverdachte 5] , de persoon die ik steeds [medeverdachte 2] heb genoemd, dus in werkelijkheid [medeverdachte 2] , [betrokkene 1] en die kleine Marokkaanse jongen uit Den Bosch.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d07ac70bca545760c9fd9c3ace7551b7272655b3ae577b57cea7b72751f8d3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d07ac70bca545760c9fd9c3ace7551b7272655b3ae577b57cea7b72751f8d3d, en de alinea staat in dat document op bytes 25857 tot 26103.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8d07ac70bca545760c9fd9c3ace7551b7272655b3ae577b57cea7b72751f8d3d | shasum -a 256