Citaat | Hoge Raad 14 april 2020

Onder 2.2.3 Hoge Raad 14 april 2020

Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:646.

13. Vooropgesteld: [verdachte] ontkent dat hij wist dat er gestolen kentekenplaten zijn gebruikt voor het transport. Dat sprake is geweest van enig contact tussen hem en [medeverdachte 2] vindt voorts ook geen bevestiging in de histo-gegevens. Uit die gegevens volgt dat op 11 november 2012 ergens tussen 16.45 uur en 17.30 de bespreking tussen in Van der Valk Houten moet zijn geweest. Hier spraken [medeverdachte 5] en [betrokkene 5] voor het eerst over het transport. Het staat vast [verdachte] niet bij die bespreking aanwezig was. Kijken we vervolgens naar de contacten tussen de gsm van [betrokkene 5] en die van [verdachte] op 11 november 2012 na 17.30 uur, dan zien we dat de gsm van [verdachte] slechts één keer uitbelt en wel naar het nummer van [betrokkene 5] . Van enig contact met [medeverdachte 2] voorafgaand aan de diefstal blijkt dus niet - ook niet in de ochtend van 12 november overigens. Zie in dit verband heel specifiek ook hetgeen gerelateerd wordt pagina 5200- 5201 van het dossier. Ik citeer:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d07ac70bca545760c9fd9c3ace7551b7272655b3ae577b57cea7b72751f8d3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d07ac70bca545760c9fd9c3ace7551b7272655b3ae577b57cea7b72751f8d3d, en de alinea staat in dat document op bytes 52164 tot 53196.