Citaat | Hoge Raad 14 april 2020

Onder 2.2.3 Hoge Raad 14 april 2020

Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:646.

17. Op die 8ste december was hem via [betrokkene 5] echter al wel bekend geworden dat met de auto onoorbare zaken hadden plaatsgevonden (dat is hem bij gelegenheid van hun contacten op 14 november 2012 verteld, ik kom zo nog op terug). Aangezien de auto (ook) voor normale ritten werd ingezet, is de vraag van [verdachte] bepaald niet onlogisch; hij wilde van [betrokkene 5] weten hoe ‘besmet’ de auto was waarvoor zijn onderneming in die tijd immers de bevrachting

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d07ac70bca545760c9fd9c3ace7551b7272655b3ae577b57cea7b72751f8d3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d07ac70bca545760c9fd9c3ace7551b7272655b3ae577b57cea7b72751f8d3d, en de alinea staat in dat document op bytes 55765 tot 56247.