Citaat | Hoge Raad 14 april 2020

Onder 2.2.2 Hoge Raad 14 april 2020

Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:659.

Deze wettelijke regeling komt erop neer dat de rechter - voor zover hier van belang - moet beoordelen a. of een verdrag in de inbeslagneming voorziet, en voorts b. of de inbeslaggenomen voorwerpen naar het recht van de verzoekende Staat kunnen worden verbeurd verklaard en c. of er gegronde redenen bestaan voor de verwachting dat ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen vanwege de verzoekende Staat ook een verzoek tot tenuitvoerlegging zal worden gedaan van een verbeurdverklaring en tevens d. of blijkens de door de verzoekende Staat bij zijn verzoek verstrekte inlichtingen, door de bevoegde autoriteiten van die Staat een bevel tot inbeslagneming is gegeven of zou zijn gegeven indien de desbetreffende voorwerpen zich binnen zijn grondgebied zouden bevinden, en ten slotte e. of inbeslagneming naar Nederlands recht is toegestaan. Daarbij moet inbeslagneming naar Nederlands recht geacht worden te zijn toegestaan, indien zulks ook mogelijk zou zijn geweest wanneer het feit naar aanleiding waarvan de inbeslagneming door de verzoekende Staat wordt verzocht, in Nederland zou zijn begaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6df578ee233b905893c5864f2d11dff70e6f5fda6b3b124a474d57bb5e6a31b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6df578ee233b905893c5864f2d11dff70e6f5fda6b3b124a474d57bb5e6a31b2, en de alinea staat in dat document op bytes 14256 tot 15369.