Citaat | Hoge Raad 14 april 2020

Onder 2.2.2 Hoge Raad 14 april 2020

Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:659.

(A) Het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft beoordeeld dat het rechtshulpverzoek afkomstig is van de Libische autoriteiten. Deze toets is aan de minister. Het Verdrag voorziet in de beslagneming. Voorts stelt de rechtbank op grond van de aangeleverde informatie vast dat in Libië een strafzaak loopt waaruit het onderliggende rechtshulpverzoek voortvloeit. Daargelaten de vraag of bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het (strafrechtelijk) beslag in het kader van het beklag op grond van artikel 552a Sv wel sprake is van de vaststelling van burgerlijke rechten en plichten als bedoeld in artikel 6 EVRM, dient bij de toets of sprake is van ‘fair trial’ op grond van artikel 6 EVRM volgens de vaste jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens te worden gekeken naar de procedure als geheel. Nu de procedure nog niet geheel is doorlopen, kan bij deze stand van het onderzoek (nog) niet worden getoetst aan artikel 6 EVRM. In de beklag procedure is de rechtmatigheid van het in Nederland gelegd strafrechtelijk beslag aan de orde. De proportionaliteit en subsidiariteit van dat beslag kunnen hierbij naar vaste jurisprudentie niet ter toets komen. Een gestelde dreigende flagrante schending van mensenrechten in de Libische strafzaak leidt evenmin tot het oordeel dat het beslag moet worden opgeheven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6df578ee233b905893c5864f2d11dff70e6f5fda6b3b124a474d57bb5e6a31b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6df578ee233b905893c5864f2d11dff70e6f5fda6b3b124a474d57bb5e6a31b2, en de alinea staat in dat document op bytes 15828 tot 17181.