Citaat | Hoge Raad 14 april 2020

Onder 2.2.2 Hoge Raad 14 april 2020

Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:659.

(E) Het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 28 juli 2017 is een vonnis in een civiele procedure van voorlopige aard, zodat geen sprake kan zijn van onverenigbaarheid van het verzoek met een ter zake eerder in Nederland gewezen rechterlijke beslissing. Ten overvloede zij opgemerkt dat in het civiele vonnis derdenbeslagen inderdaad zijn opgeheven, maar met uitzondering van het reeds gelegde strafrechtelijke beslag (overweging 5.1).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6df578ee233b905893c5864f2d11dff70e6f5fda6b3b124a474d57bb5e6a31b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6df578ee233b905893c5864f2d11dff70e6f5fda6b3b124a474d57bb5e6a31b2, en de alinea staat in dat document op bytes 18700 tot 19148.