Citaat | Hoge Raad 14 april 2020

Onder 2.5 Hoge Raad 14 april 2020

Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:659.

Dit behoeft echter op grond van het volgende niet tot cassatie te leiden. Namens de klaagsters, die niet onkundig zijn gebleven van de omstandigheid dat een rechtshulpverzoek is gedaan en die tezamen met hun raadsman aanwezig waren bij de behandeling van het door hen gedane beklag door de rechtbank in raadkamer, zijn ter zitting verschillende klachten naar voren gebracht. De rechtbank heeft overwogen dat zij bij de beoordeling daarvan “uitsluitend de stukken heeft betrokken waarvan de vertrouwelijkheid niet was gevraagd door de Libische autoriteiten”. Daarin ligt besloten dat de rechtbank bij de beoordeling niet de inhoud van het rechtshulpverzoek heeft betrokken. Vervolgens heeft zij alle klachten besproken en gemotiveerd vastgesteld dat is voldaan aan de voorwaarden die in artikel 13a WOTS aan beslagneming zijn gesteld. Gelet hierop hebben de klaagsters onvoldoende belang bij vernietiging van de bestreden beschikking en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6df578ee233b905893c5864f2d11dff70e6f5fda6b3b124a474d57bb5e6a31b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6df578ee233b905893c5864f2d11dff70e6f5fda6b3b124a474d57bb5e6a31b2, en de alinea staat in dat document op bytes 23191 tot 24187.