Citaat | Hoge Raad 17 april 2020
Onder 2.3 Hoge Raad 17 april 2020
Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:696.
De in het eerste middel betrokken stelling dat de Inspecteur pas na voldoening aan zijn informatieverzoek met zekerheid zou kunnen vaststellen of is voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van de in artikel 16, lid 4, AWR geregelde verlengde navorderingstermijn, brengt niet mee dat het door het middel bestreden oordeel van een onjuiste rechtsopvatting getuigt. Met dat oordeel heeft het Hof tot uitdrukking gebracht dat de Inspecteur zich met verwijzing naar de hem ter beschikking staande informatie in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de gevraagde gegevens en bescheiden van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de binnenlandse belastingplicht van de erflater in de desbetreffende jaren. Het middel mist doel voor zover het bestrijdt dat artikel 47 AWR aan de inspecteur de bevoegdheid verleent om informatie van de belastingplichtige te vragen die van belang is om te kunnen vaststellen of de bevoegdheid tot navordering bestaat. Het bestreden oordeel is ook niet onbegrijpelijk en is toereikend gemotiveerd. Het eerste middel faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c41b04f4812e727aac962c6cd19c01e9685d8dda54cf0489963a702bcc097d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c41b04f4812e727aac962c6cd19c01e9685d8dda54cf0489963a702bcc097d1, en de alinea staat in dat document op bytes 9416 tot 10588.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3c41b04f4812e727aac962c6cd19c01e9685d8dda54cf0489963a702bcc097d1 | shasum -a 256