Citaat | Hoge Raad 17 april 2020

Onder 2.2.3 Hoge Raad 17 april 2020

Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:698.

Volgens het Hof was het opvragen van onder meer bewijsstukken met betrekking tot de door belanghebbende in de onderhavige jaren genoten inkomsten, alle bankafschriften en afschriften met betrekking tot creditcards, de (privé)agenda en andersoortige vastleggingen van (privé)afspraken en rekening-courantboekingen tussen belanghebbende en de vennootschappen en stichtingen waarbij hij was betrokken niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel, omdat die bescheiden aanwijzingen kunnen bevatten voor belastingplicht in Nederland. Op basis van die bescheiden kan worden vastgesteld waar belanghebbende zijn inkomensbestedende activiteiten verrichtte en wanneer hij in Nederland was. Van strijd met het evenredigheidsbeginsel was volgens het Hof wel sprake voor zover gevraagd werd om afschriften van de eigendomsbewijzen van alle door belanghebbende gehouden bezittingen, omdat die bewijzen alleen aan de orde komen indien discussie zou ontstaan over de vraag of belanghebbende daadwerkelijk eigenaar was van die vermogensbestanddelen, wat zich niet heeft voorgedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3b30dbd0dc92805a0f10b8ec36766cac90ef88d26f6a9036e20aaa270415342f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3b30dbd0dc92805a0f10b8ec36766cac90ef88d26f6a9036e20aaa270415342f, en de alinea staat in dat document op bytes 8270 tot 9351.