Citaat | Hoge Raad 17 april 2020

Onder 2.1.3 Hoge Raad 17 april 2020

Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:700.

De Rechtbank heeft verder in haar uitspraak de Minister voor Rechtsbescherming veroordeeld tot vergoeding aan belanghebbende van € 500 voor immateriële schade wegens het met vier maanden overschrijden van de redelijke termijn voor de behandeling van de zaken in de fase van bezwaar en beroep. De Rechtbank heeft die overschrijding van de redelijke termijn geheel aan haarzelf toegerekend. In dit kader overwoog de Rechtbank dat de hiervoor bedoelde bezwaarschriften en de hiervoor bedoelde beroepen gezamenlijk zijn behandeld, en dat deze bezwaar- en beroepsprocedures in hoofdzaak betrekking hebben op dezelfde onderwerpen. Dat was in de eerste plaats de kwestie of bij het bepalen van de handelsinkoopwaarde van de personenauto’s de omzetbelasting die geacht wordt te zijn begrepen in de aankoopprijs van een soortgelijke, in het binnenland aangekochte gebruikte personenauto in aanmerking moet worden genomen. In beroep was daarnaast (met uitzondering van één zaak) onderwerp van de procedure het wel of niet in aanmerking nemen van een extra waardevermindering die zich voordoet bij personenauto’s met de zogenoemde status ‘ex-rental’. Vanwege deze samenhang heeft de Rechtbank geoordeeld dat voor de zaken gezamenlijk eenmaal een vergoeding van € 500 per halfjaar volstaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2b754a7d27fbfb5603d940f70c3a90978cf76719d22dca3952d580c8306b2d5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2b754a7d27fbfb5603d940f70c3a90978cf76719d22dca3952d580c8306b2d5, en de alinea staat in dat document op bytes 7761 tot 9080.