Citaat | Hoge Raad 21 april 2020

Onder 5.3.2 Hoge Raad 21 april 2020

Een alinea uit Hoge Raad 21 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:712.

In deze Nota merken de bewindspersonen voorts nog op: ‘(...) Inderdaad is nimmer met zekerheid te zeggen of de patiënt, wanneer de situatie zoals omschreven in de wilsverklaring zich voordoet, nog steeds dezelfde wens, te weten levensbeëindiging, zou koesteren. Deze rekenschap dient te patiënt zich te geven bij het opstellen van de verklaring, en de arts, met wie de patiënt deze verklaring bespreekt, kan dit de patiënt ook voorhouden. Wij benadrukken in dit verband nog eens dat een wilsverklaring, zolang de patiënt daartoe in staat is, te allen tijde door hem kan worden herroepen. Indien evenwel de wilsverklaring aan duidelijkheid niet te wensen overlaat over de omstandigheden waarin de patiënt wenst dat, indien hij wilsonbekwaam is geworden, zijn leven wordt beëindigd, dan is de inwilliging van dat verzoek overeenkomstig de in dit wetsvoorstel gestelde voorwaarden, naar ons oordeel te beschouwen als levensbeëindiging op uitdrukkelijk verzoek. (...)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76c451ae7b9e823fa4d80e49a3d34c49da8a5f36176d3da0f00cebccec4fa4f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76c451ae7b9e823fa4d80e49a3d34c49da8a5f36176d3da0f00cebccec4fa4f8, en de alinea staat in dat document op bytes 95982 tot 96969.