Citaat | Hoge Raad 21 april 2020
Onder 5.3.7 Hoge Raad 21 april 2020
Een alinea uit Hoge Raad 21 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:712.
De conclusie van de rechtbank luidt dat de verdachte aan alle in artikel 2, eerste lid, van de Wtl geformuleerde zorgvuldigheidseisen heeft voldaan. De rechtbank stelt bovendien vast dat de verdachte de levensbeëindiging op de voorgeschreven wijze heeft gemeld aan de gemeentelijke lijkschouwer conform artikel 7, tweede lid, van de Wet op de Lijkbezorging. Deze melding vormt een bestanddeel van de in artikel 293, tweede lid, Sr geformuleerde strafuitsluitingsgrond.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76c451ae7b9e823fa4d80e49a3d34c49da8a5f36176d3da0f00cebccec4fa4f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76c451ae7b9e823fa4d80e49a3d34c49da8a5f36176d3da0f00cebccec4fa4f8, en de alinea staat in dat document op bytes 113352 tot 113834.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/76c451ae7b9e823fa4d80e49a3d34c49da8a5f36176d3da0f00cebccec4fa4f8 | shasum -a 256