Citaat | Hoge Raad 17 april 2020

Onder 2.4.1 Hoge Raad 17 april 2020

Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:717.

Ook al zou [verweerster] in de periode van juli 2011 tot 2 december 2011 niet voldoende duidelijk te kennen hebben gegeven dat zij niet langer als makelaar voor [A] optrad, maar voor zichzelf onderhandelde, dan laat dat onverlet dat zij de koopovereenkomst in eigen naam is aangegaan. [verweerster] was niet gehouden haar aankoopprijs aan [eisers] mee te delen. Indien [verweerster] , na het sluiten van de (hiervoor in 2.1 onder (iii) bedoelde) overeenkomst met [A] , het in strijd met de werkelijkheid zou hebben doen voorkomen dat zij nog voor [A] onderhandelde en dat [A] een prijs van € 2,4 miljoen verlangde, is dat wellicht onbehoorlijk en een omstandigheid die een rol kan spelen bij de beoordeling van andere door [eisers] gewraakte handelingen van [verweerster] . Dat laat echter onverlet dat [eisers] over die koopprijs met [verweerster] hebben onderhandeld en met [verweerster] als verkoper overeenstemming hebben bereikt over de uiteindelijke koopprijs. (rov. 3.3.2)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b5aeb72b8c9a89baa470d90825154df96c20b4769be9acb3d0fc9cdd002ee6a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b5aeb72b8c9a89baa470d90825154df96c20b4769be9acb3d0fc9cdd002ee6a1, en de alinea staat in dat document op bytes 16382 tot 17376.