Citaat | Hoge Raad 17 april 2020

Onder 2.6 Hoge Raad 17 april 2020

Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:726.

Door het exclusieve gebruik van de grond door [verweerder] en zijn rechtsvoorgangers in combinatie met de aanwezigheid van een erfafscheiding, moet voor de toenmalige eigenares van het perceel van [eisers] kenbaar zijn geweest dat [verweerder] en zijn rechtsvoorgangers de feitelijke macht over de strook grond uitoefenden met de pretentie eigenaar te zijn. De stelling van [eisers] dat die eigenares het gebruik van de strook grond door [verweerder] en diens rechtsvoorgangers slechts heeft gedoogd zonder de eigendom ervan prijs te geven, hebben [eisers] niet onderbouwd. (rov. 26)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa7137bb0e717e321fd74017feaa405333e88487051aac8a460fc5833c073515. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa7137bb0e717e321fd74017feaa405333e88487051aac8a460fc5833c073515, en de alinea staat in dat document op bytes 15963 tot 16559.