Citaat | Hoge Raad 17 januari 2020
Onder 2.4 Hoge Raad 17 januari 2020
Een alinea uit Hoge Raad 17 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:73.
“3.5. Wil een jegens (indirect) bestuurders van een vennootschap op grond van onrechtmatige daad ingestelde vordering kunnen slagen dan is vereist dat hen van het gewraakte handelen (of nalaten) namens de vennootschap persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Dit is in het geval van een betaling die heeft plaatsgevonden in het zicht van een (mogelijk) faillissement niet anders.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee4f1b1bc23fff085586e8a9a958cbf84ffef92b291880064c42e59099c3e810. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee4f1b1bc23fff085586e8a9a958cbf84ffef92b291880064c42e59099c3e810, en de alinea staat in dat document op bytes 12142 tot 12547.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee4f1b1bc23fff085586e8a9a958cbf84ffef92b291880064c42e59099c3e810 | shasum -a 256