Citaat | Hoge Raad 17 januari 2020

Onder 3.7. Hoge Raad 17 januari 2020

Een alinea uit Hoge Raad 17 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:73.

Van de aanwezigheid van dergelijke bijkomende omstandigheden is in het onderhavige geval onvoldoende gebleken. [verweerders] hebben gemotiveerd uiteengezet dat [A] (via [D] , die haar gelden beheerde) na 4 december 2015 [lees: 2014, HR] is voortgegaan met het voldoen van opeisbare vorderingen op haar, waarvan die aan Limes er een was en waartoe ook de salarissen van het personeel van [A] behoorden. Dat [verweerders] Limes bewust hebben willen bevoordelen boven andere crediteuren dan wel persoonlijk baat hadden bij het doen van juist deze betaling vindt in het feitenmateriaal onvoldoende steun. Het feit dat er een (fiscale) adviesrelatie bestond niet alleen tussen Limes en [A] doch tevens tussen Limes en [verweerster 1] is in dit verband onvoldoende. Voorts is van belang dat door de curator niet is weersproken dat [A] gebukt ging onder een aandeelhoudersgeschil en dat [verweerders] gemotiveerd hebben gesteld dat zij ten tijde van de betaling aan Limes nog trachtten met de (indirect) meerderheidsaandeelhouder van [A] , [betrokkene 1] (die gelieerd was aan de belangrijkste leverancier en financier van [A] , Heidemark), tot een regeling te komen waardoor het faillissement mogelijk had kunnen worden afgewend en dat de faillissementsaanvraag mede diende om druk op [betrokkene 1] uit te oefenen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee4f1b1bc23fff085586e8a9a958cbf84ffef92b291880064c42e59099c3e810. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee4f1b1bc23fff085586e8a9a958cbf84ffef92b291880064c42e59099c3e810, en de alinea staat in dat document op bytes 13547 tot 14869.