Citaat | Hoge Raad 17 april 2020
Onder 2.3.1 Hoge Raad 17 april 2020
Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:751.
Hieraan hebben zij met betrekking tot hun ontvankelijkheid ten grondslag gelegd (i) dat uit de e-mail van de WSNP-bewindvoerder van 7 juli 2017 niet valt af te leiden dat de rechter-commissaris op 7 juli 2017 een beschikking over de wooncompensatie had gegeven, nu blijkens die e-mail nog niet was besloten hoe hoog het bedrag aan wooncompensatie moest zijn, (ii) dat [verzoekers] pas door de brief van 27 juni 2019 ermee bekend raakten dat de rechter-commissaris van oordeel was dat op 7 juli 2017 wel een beschikking over de wooncompensatie was gegeven, (iii) dat het beroepschrift is ingediend binnen vijf dagen na 27 juni 2019 en dat daarmee sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding, nu [verzoekers] voor 27 juni 2019 niet wisten en ook niet behoorden te weten dat de rechter-commissaris op 7 juli 2017 een beschikking over de wooncompensatie had gegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3b6f77b3ecee514c98e75a49649f47a9dc93801c8438961fa42a72f7aab2ef40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3b6f77b3ecee514c98e75a49649f47a9dc93801c8438961fa42a72f7aab2ef40, en de alinea staat in dat document op bytes 12316 tot 13201.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3b6f77b3ecee514c98e75a49649f47a9dc93801c8438961fa42a72f7aab2ef40 | shasum -a 256