Citaat | Hoge Raad 17 april 2020

Onder 3.1.4 Hoge Raad 17 april 2020

Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:751.

Indien op de rechthebbende de schuldsaneringsregeling is toegepast, valt op grond van art. 295 lid 2 Fw buiten de boedel (i) een bedrag gelijk aan de beslagvrije voet en (ii), indien dit is vastgesteld, het nominale bedrag als bedoeld in art. 295 lid 3 Fw. Tezamen worden deze bedragen aangeduid als ‘het vrij te laten bedrag’. Uitgangspunt is dat het inkomen dat boven het vrij te laten bedrag uitkomt in het kader van de schuldsaneringsregeling moet worden afgedragen aan de boedel (hierna: de boedelbijdrage), en dat het inkomen tot het vrij te laten bedrag valt onder het beschermingsbewind. Het behoort – in het verlengde van hetgeen hiervoor in 3.1.3 is overwogen – tot de taak van de beschermingsbewindvoerder om in het geval waarin op de rechthebbende de schuldsaneringsregeling is toegepast, ervoor te zorgen dat het vrij te laten bedrag en de boedelbijdrage juist worden vastgesteld. Daarmee kan de beschermingsbewindvoerder immers bijdragen aan het stabiliseren van de financiële situatie van de rechthebbende. Dit betekent dat de beschermingsbewindvoerder in procedures die de vraag betreffen welk deel van het inkomen in het kader van de schuldsaneringsregeling aan de boedel dient te worden afgedragen, op grond van art. 1:441 lid 1 BW de rechthebbende in rechte vertegenwoordigt. De rechthebbende kan in dergelijke procedures niet zelf als formele procespartij optreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3b6f77b3ecee514c98e75a49649f47a9dc93801c8438961fa42a72f7aab2ef40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3b6f77b3ecee514c98e75a49649f47a9dc93801c8438961fa42a72f7aab2ef40, en de alinea staat in dat document op bytes 17780 tot 19240.