Citaat | Hoge Raad 17 april 2020

Onder 3.3.2 Hoge Raad 17 april 2020

Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:751.

Voor zover het onderdeel bedoelt te betogen dat de rechtbank in het kader van het beroep op verschoonbaarheid van de overschrijding van de beroepstermijn ten onrechte is uitgegaan van een voorafgaand aan de brief van 27 juni 2019 door de rechter-commissaris gewezen beschikking nu voordien geen beschikking is gegeven die voldoet aan de daaraan op grond van art. 287 Rv in verbinding met art. 230 Rv te stellen vormvereisten, faalt het evenzeer. Anders dan het onderdeel betoogt, is een beschikking van de rechter-commissaris vormvrij (zie de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.24-3.26).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3b6f77b3ecee514c98e75a49649f47a9dc93801c8438961fa42a72f7aab2ef40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3b6f77b3ecee514c98e75a49649f47a9dc93801c8438961fa42a72f7aab2ef40, en de alinea staat in dat document op bytes 21871 tot 22480.