Citaat | Hoge Raad 21 april 2020
Alinea 64 Hoge Raad 21 april 2020
Een alinea uit Hoge Raad 21 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:768.
Wij benadrukken dat ook bij wilsonbekwame patiënten levensbeëindiging pas in laatste instantie aan de orde kan zijn, wanneer geen andere mogelijkheden resteren om het lijden daadwerkelijk te verlichten. Het is de arts die dit alles afweegt en uiteindelijk de beslissing neemt om het schriftelijk verzoek om levensbeëindiging in te willigen. Aldus zal ook nimmer de situatie ontstaan dat de arts, zoals de leden van de CDA-fractie het uitdrukten, louter en alleen de uitvoerder is van een ooit door de betrokkene op papier gezette wil.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca448898328d606730f3938adecfb6579e18b8422b25115ad582470824cf1ce4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca448898328d606730f3938adecfb6579e18b8422b25115ad582470824cf1ce4, en de alinea staat in dat document op bytes 44129 tot 44679.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca448898328d606730f3938adecfb6579e18b8422b25115ad582470824cf1ce4 | shasum -a 256