Citaat | Hoge Raad 21 april 2020

Alinea 83 Hoge Raad 21 april 2020

Een alinea uit Hoge Raad 21 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:768.

2. Indien de patiënt van zestien jaren of ouder niet langer in staat is zijn wil te uiten, maar voordat hij in die staat geraakte tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake in staat werd geacht, en een schriftelijke verklaring, inhoudende een verzoek om levensbeëindiging, heeft afgelegd, dan kan de arts, overeenkomstig het eerste lid, aan dit verzoek gevolg geven.” (Kamerstukken II 1999/2000, 26 691, nr. 7, p. 1)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca448898328d606730f3938adecfb6579e18b8422b25115ad582470824cf1ce4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca448898328d606730f3938adecfb6579e18b8422b25115ad582470824cf1ce4, en de alinea staat in dat document op bytes 56104 tot 56549.