Citaat | Hoge Raad 21 april 2020

Alinea 97 Hoge Raad 21 april 2020

Een alinea uit Hoge Raad 21 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:768.

“De heer Vos (VVD): (...). Dementie is een gevreesde ouderdomsziekte. Terwijl onder de 55‑plussers zo'n 6,3% aan dementie schijnt te lijden, stijgt dat percentage tot 43,2 bij mensen van 95 jaar en ouder. Hoe langer men leeft, hoe groter de kans op dementie. Het is als zodanig niet onbegrijpelijk dat ouderen daar angst voor hebben. Bovendien heeft de ziekte een sluipend verloop: de getroffene wordt er als het ware stiekem door in beslag genomen. Hij wordt heimelijk de afgrond ingetrokken. Een aantal ouderen zegt dat zij dat nooit willen meemaken. Volgens een onderzoeker van de Universiteit van Groningen wil zeker de helft van de ouderen, als het aan hen ligt, het leven beëindigen als zij dement worden. Dat standpunt vindt ook zijn weg in veel euthanasieverklaringen. De kans dat die verklaringen worden gehonoreerd, is evenwel vrijwel afwezig. Het kabinet benadrukt dat de inwilliging van het verzoek, indien de patiënt dement is geworden, uitsluitend kan worden overwogen voorzover aan de zorgvuldigheidseisen tegemoet is gekomen. Tot zover kan ik het kabinet goed volgen. De zorgvuldigheidseisen blijven centraal staan. Bovendien is het duidelijk dat in geval van dementie moeilijk kan worden vastgesteld of aan alle zorgvuldigheidseisen wordt voldaan. Het is met name moeilijk in te zien op welke manier tegemoetgekomen kan worden aan de eerste, derde en vierde zorgvuldigheidseis. Kan een demente patiënt wel een weloverwogen en duurzaam verzoek doen? Kan er met hem uitvoerig over zijn situatie en vooruitzichten worden gesproken? Kan worden nagegaan of er andere redelijke oplossingen voorhanden waren? Het kabinet voegt toe dat dementie op zichzelf niet kan leiden tot een uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Die categorische ontkenning gaat de VVD een slag te ver. Dat doet geen recht aan de vele burgers die zeer goed doordacht voor zichzelf hebben bepaald, dat zij de fase van dementie niet willen meemaken. Een briefschrijver schreef mij het volgende: "Ik ben van oordeel dat dementering leidt tot een mensonwaardige toestand. Ik wil onder geen enkele voorwaarde geraken in een situatie waarin door verlies van geheugen en bewustzijn het verleden voor mij niet meer bestaat en ik van de toekomst geen notie meer heb. In geen enkele omstandigheid wil ik door verlies van identiteit en autonomie leven in een situatie waarin ik mijzelf niet meer kan redden, niet meer zelfstandig kan voeden noch mijn lichaamshygiëne onderhouden."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca448898328d606730f3938adecfb6579e18b8422b25115ad582470824cf1ce4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca448898328d606730f3938adecfb6579e18b8422b25115ad582470824cf1ce4, en de alinea staat in dat document op bytes 63749 tot 66219.