Citaat | Hoge Raad 24 april 2020

Onder 2.4 Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:798.

De in dit geding vaststaande omstandigheden wijzen erop dat [eiseres] en [A] in juridisch, economisch en feitelijk opzicht in voldoende mate met elkaar zijn verbonden om aan te nemen dat de beslagen zaken weliswaar als reële eigendom van [eiseres] dienen te worden beschouwd, maar daarmee ook als reële eigendom van [A]. Er is sprake van een ‘reële’, niet-juridische vorm van mede-eigendom. Daarom behoeft in dit geval de omstandigheid dat mede sprake is van reële eigendom van [eiseres], de Ontvanger er niet van te weerhouden het bodembeslag te doen leggen en te handhaven en de dwanginvordering ten laste van [A] met behulp daarvan te vervolgen. (rov. 2.14)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8015a1aa985094e4250af6c14a58ab44958c2c1fa3a0252e7760bccecd15b03. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8015a1aa985094e4250af6c14a58ab44958c2c1fa3a0252e7760bccecd15b03, en de alinea staat in dat document op bytes 11377 tot 12058.