Citaat | Hoge Raad 24 april 2020

Onder 3.3.1 Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:798.

Onderdeel 3 is gericht tegen het oordeel van het hof dat in dit geval de reële eigendom van [eiseres] niet behoeft te worden ontzien omdat de beslagen zaken ook als reële (mede)eigendom van [A] moeten worden beschouwd. Het onderdeel bevat ten eerste de klacht dat het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden en een verrassingsbeslissing heeft gegeven. Het betoogt dat het hof de stelling van [eiseres] dat haar reële eigendom moet worden ontzien, heeft verworpen op een grond die de Ontvanger niet heeft aangevoerd en die geen onderdeel uitmaakte van het processuele debat van partijen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8015a1aa985094e4250af6c14a58ab44958c2c1fa3a0252e7760bccecd15b03. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8015a1aa985094e4250af6c14a58ab44958c2c1fa3a0252e7760bccecd15b03, en de alinea staat in dat document op bytes 15829 tot 16445.