Citaat | Hoge Raad 24 april 2020
Onder 3.2.3 Hoge Raad 24 april 2020
Een alinea uit Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:802.
In de hiervoor in 2.1 onder (iv) aangehaalde passage in de offerteaanvraag wordt als bewijs van ervaring de eis gesteld dat de vereiste capaciteit, kennis en ervaring is opgedaan in en blijkt uit “één relevante referentieopdracht (…), die in de afgelopen 3 jaar is uitgevoerd”, en dat de gevraagde kerncompetentie voor deze opdracht, voor zover hier van belang, is een “ZIN-referentie (1 of meerdere referenties met minimaal 5 Cliënten)”, terwijl in de hiervoor in 2.1 onder (v) aangehaalde passage in de nota van inlichtingen wordt uiteengezet dat in geval van een ZIN-referentie “een contractrelatie ofwel Opdrachtgever, zijnde een financier” moet worden opgegeven. Aldus was in het kader van deze aanbesteding voor alle inschrijvers waaronder Evergreen – als behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers – onmiskenbaar dat alleen specialistische-ggz die is verleend op basis van een contractuele relatie als omschreven in de aanbestedingsstukken, in aanmerking zou worden genomen, en dat specialistische-ggz die is verleend buiten een dergelijke contractuele relatie, buiten beschouwing zou worden gelaten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a663d5c2c868794afa1be8459a3f1194ec534a361ce8d71460999a838d522aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a663d5c2c868794afa1be8459a3f1194ec534a361ce8d71460999a838d522aa, en de alinea staat in dat document op bytes 22411 tot 23634.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7a663d5c2c868794afa1be8459a3f1194ec534a361ce8d71460999a838d522aa | shasum -a 256