Citaat | Hoge Raad 24 april 2020

Onder 2.3 Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:808.

De huurster heeft aan deze vordering ten grondslag gelegd dat de verhuurster zich niet aan de wettelijke verplichting van art. 7:247 BW in verbinding met art. 7:259 leden 2-4 BW heeft gehouden om betaalde voorschotbedragen jaarlijks, en aan het einde van de huurovereenkomst, af te rekenen en daarbij inzage te geven in alle boeken en bescheiden die aan de afrekening ten grondslag liggen. De huurster voert verder aan dat zij gedurende de huurperiode maandelijks € 200,-- aan VvE-bijdragen heeft betaald, hoewel deze kosten niet zien op een levering of dienst aan haar, maar op maandelijkse bijdragen die de verhuurster verschuldigd is aan de VvE. Die kosten kunnen daarom niet aan de huurster worden doorberekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54fd88e750308582a48c706a86ec9e180a181daf9afa0d76980472d02496d47f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54fd88e750308582a48c706a86ec9e180a181daf9afa0d76980472d02496d47f, en de alinea staat in dat document op bytes 9370 tot 10101.