Citaat | Hoge Raad 24 april 2020

Onder 2.3.3 Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:809.

Tussen partijen is niet langer in geschil dat op Dexia een verplichting rust tot vergoeding van schade wegens schending van haar zorgplicht jegens [eiser] , en dat deze vergoeding volgens het ‘hofmodel’ – de berekening volgens de maatstaven die het gerechtshof Amsterdam heeft ontwikkeld in arresten van 1 december 2009 – twee derde gedeelte van de restschuld zou bedragen. [eiser] betoogt echter met een beroep op de na het vonnis in eerste aanleg gewezen arresten van de Hoge Raad van 2 september 2016 dat Dexia de gehele schade aan hem moet vergoeden. Hij heeft daartoe aangevoerd dat hij de overeenkomst heeft gesloten op advies van Finans Verzekeringen, terwijl deze tussenpersoon, als cliëntenremisier zonder vergunning, geen advies mocht geven. Dexia wist dit, naar [eiser] betoogt, en kon uit de vermelding van Finans Verzekeringen op de overeenkomst ook weten dat zij een order ontving. (rov. 5.8 en 5.13)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1795f6f55e6fbece011407f7b0c9ffeee1849dab81f94ed85d31ca936c9feb3c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1795f6f55e6fbece011407f7b0c9ffeee1849dab81f94ed85d31ca936c9feb3c, en de alinea staat in dat document op bytes 11223 tot 12288.