Citaat | Hoge Raad 24 april 2020
Onder 2.7.6 Hoge Raad 24 april 2020
Een alinea uit Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:810.
De eerste twee prejudiciële vragen stellen aan de orde of het gezag van gewijsde van een tussen Dexia en een van de echtgenoten gedane uitspraak over de rechtsbetrekking in geschil (de gegrondheid van het beroep op art. 1:89 lid 1 BW) ook tegen de andere echtgenoot kan worden ingeroepen. In dat kader rijst ook de vraag of van belang is welk huwelijksgoederenregime tussen de echtgenoten geldt, respectievelijk wie van beide echtgenoten als procespartij is opgetreden in de procedure die heeft geleid tot de in kracht van gewijsde gegane uitspraak (zie de derde en de vierde prejudiciële vraag).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bcbeefd39b3fa7811b3826dbcde2466d6ac0676e1e69dc0f2a820d0ef427141. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bcbeefd39b3fa7811b3826dbcde2466d6ac0676e1e69dc0f2a820d0ef427141, en de alinea staat in dat document op bytes 25739 tot 26350.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2bcbeefd39b3fa7811b3826dbcde2466d6ac0676e1e69dc0f2a820d0ef427141 | shasum -a 256