Citaat | Hoge Raad 24 april 2020

Onder 2.9.4 Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:810.

Het voorgaande brengt mee dat een onherroepelijke beslissing in een procedure als hiervoor in 2.6.4 bedoeld, waarin slechts een van beide echtgenoten als procespartij is opgetreden, niet op de voet van art. 236 Rv gezag van gewijsde heeft jegens de echtgenoot die niet (van de aanvang af, of na voeging, tussenkomst, of oproeping op de voet van art. 118 Rv) als procespartij in die procedure betrokken is geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bcbeefd39b3fa7811b3826dbcde2466d6ac0676e1e69dc0f2a820d0ef427141. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bcbeefd39b3fa7811b3826dbcde2466d6ac0676e1e69dc0f2a820d0ef427141, en de alinea staat in dat document op bytes 33194 tot 33621.