Citaat | Hoge Raad 1 mei 2020
Onder 3.1 Hoge Raad 1 mei 2020
Een alinea uit Hoge Raad 1 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:821.
Het middel is gericht tegen het hiervoor in 2.2.2, laatste volzin, weergegeven oordeel van het Hof. Het middel betoogt - met verwijzing naar de rechtsoverwegingen 2.4.1 en 2.4.2 van het arrest van de Hoge Raad van 27 januari 2017 (hierna: het arrest van 27 januari 2017) - dat het Hof heeft miskend dat de beoordeling of artikel 110 VWEU is geschonden , moet plaatsvinden aan de hand van het tarief dat voor de bpm geldt op het moment van registratie van het uit een andere lidstaat afkomstige motorvoertuig. Op de Nederlandse markt is er, aldus het middel, geen motorvoertuig te vinden waarvan de registratie op 31 mei 2014 heeft kunnen plaatsvinden met toepassing van het hiervoor in 2.2.1 bedoelde tarief van 2012. Subsidiair betoogt het middel dat indien het Hof de juiste maatstaf heeft aangelegd, het Hof heeft nagelaten te onderzoeken of voorafgaand aan de eerste ingebruikneming van de auto in februari 2013 al eerder, in 2012, het eerste kentekenbewijs was afgegeven, of, als dat laatste geen objectief kenmerk zou zijn, of de auto dan ook in 2012 is gebouwd of geproduceerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f34c2494c458801afbceffb9fa4b53ead2ab3d5edbbbd52fd892ad63c593671. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f34c2494c458801afbceffb9fa4b53ead2ab3d5edbbbd52fd892ad63c593671, en de alinea staat in dat document op bytes 8509 tot 9715.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4f34c2494c458801afbceffb9fa4b53ead2ab3d5edbbbd52fd892ad63c593671 | shasum -a 256