Citaat | Hoge Raad 1 mei 2020

Onder 3.2 Hoge Raad 1 mei 2020

Een alinea uit Hoge Raad 1 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:821.

Zoals is overwogen in het arrest van de Hoge Raad van 3 april 2020 komt het bij de toepassing van artikel 110 VWEU erop aan vast te stellen dat ter zake van de registratie van de auto niet méér bpm wordt geheven dan het restbedrag aan bpm dat geacht kan worden nog vervat te zijn in de waarde van gelijksoortige gebruikte auto’s die in Nederland op het tijdstip van de registratie al in de handel zijn. Voor zover het middel voor de toets aan artikel 110 VWEU een beroep doet op het arrest van 27 januari 2017, faalt het. Het laatstbedoelde arrest betreft de heffing van bpm ter zake van de registratie van motorvoertuigen die voor de toepassing van artikel 110 VWEU niet als een gebruikt motorvoertuig kunnen worden beschouwd. Voor in Nederland nog niet geregistreerde nieuwe motorvoertuigen geldt dat geen bpm is geheven, zodat bpm bij de mededinging tussen die motorvoertuigen geen rol kan spelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f34c2494c458801afbceffb9fa4b53ead2ab3d5edbbbd52fd892ad63c593671. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f34c2494c458801afbceffb9fa4b53ead2ab3d5edbbbd52fd892ad63c593671, en de alinea staat in dat document op bytes 9778 tot 10772.