Citaat | Hoge Raad 29 mei 2020
Onder 2.2.2 Hoge Raad 29 mei 2020
Een alinea uit Hoge Raad 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:831.
Het Hof heeft geoordeeld dat in het geval van belanghebbende geen sprake is van een individuele en buitensporige last, gezien diens inkomen uit werk en woning in het onderhavige jaar. Daarbij heeft het Hof overwogen dat geen bijzonderheden zijn gebleken die hierop een ander licht werpen, en dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij door de heffing van box 3 zwaarder wordt getroffen dan andere belastingplichtigen in een vergelijkbare financiële situatie met vergelijkbaar samengestelde vermogens van dezelfde omvang.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/219e79ca42f734a65d3c777c1a46172a9e0818de23c3ff96f7aeeace4071c00e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 219e79ca42f734a65d3c777c1a46172a9e0818de23c3ff96f7aeeace4071c00e, en de alinea staat in dat document op bytes 9913 tot 10463.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/219e79ca42f734a65d3c777c1a46172a9e0818de23c3ff96f7aeeace4071c00e | shasum -a 256