Citaat | Hoge Raad 29 mei 2020
Onder 2.4.1 Hoge Raad 29 mei 2020
Een alinea uit Hoge Raad 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:831.
In het eerste middel wordt onder meer betoogd dat de hiervoor genoemde arresten van de Hoge Raad, en dus ook de nu bestreden uitspraak van het Hof, onjuist zijn omdat niet is onderzocht of het zonder (veel) risico’s nominaal haalbare rendement in de desbetreffende belastingjaren daadwerkelijk lager is geweest dan 1,2 procent, en dus niet is vastgesteld of op stelselniveau daadwerkelijk sprake is van een schending van artikel 1 EP. Voorts bevat het middel de stelling dat een effectieve bescherming van het door deze verdragsbepaling beschermde eigendomsrecht meebrengt dat het Hof de in deze procedure bestreden aanslag had moeten vernietigen voor zover het de heffing van box 3 betreft. Dat volgt, aldus nog steeds het middel, ook uit artikel 94 Grondwet, ingevolge welke bepaling een nationaal wettelijk voorschrift buiten toepassing moet blijven indien die toepassing onverenigbaar is met een verdragsbepaling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/219e79ca42f734a65d3c777c1a46172a9e0818de23c3ff96f7aeeace4071c00e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 219e79ca42f734a65d3c777c1a46172a9e0818de23c3ff96f7aeeace4071c00e, en de alinea staat in dat document op bytes 10719 tot 11653.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/219e79ca42f734a65d3c777c1a46172a9e0818de23c3ff96f7aeeace4071c00e | shasum -a 256