Citaat | Hoge Raad 12 mei 2020
Onder 2.4.2 Hoge Raad 12 mei 2020
Een alinea uit Hoge Raad 12 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:837.
“4.1 Art. 421, vierde lid, Sv voorziet in het instellen van hoger beroep door een benadeelde partij tegen de afwijzing van haar vordering door de rechter in eerste aanleg indien noch de verdachte noch het openbaar ministerie appèl heeft ingesteld. De wet bevat geen regeling ten aanzien van het instellen van beroep in cassatie door een benadeelde partij indien haar vordering door de appèlrechter in het strafgeding niet-ontvankelijk is verklaard dan wel is afgewezen en noch de verdachte noch het openbaar ministerie cassatieberoep heeft ingesteld (...). Evenmin bevat de wet zo een regeling voor het geval de verdachte onderscheidenlijk het openbaar ministerie in het ingestelde cassatieberoep niet kan worden ontvangen. Daaruit moet worden afgeleid dat de wetgever van een dergelijke voorziening niet heeft willen weten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33e96ff83c460492a06af90e735f231deb35320ea94258a83ad2863612a519ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33e96ff83c460492a06af90e735f231deb35320ea94258a83ad2863612a519ef, en de alinea staat in dat document op bytes 12746 tot 13588.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/33e96ff83c460492a06af90e735f231deb35320ea94258a83ad2863612a519ef | shasum -a 256