Citaat | Hoge Raad 12 mei 2020

Onder 4.5.2 Hoge Raad 12 mei 2020

Een alinea uit Hoge Raad 12 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:838.

Indien en voor zover verdachte al niet zelf de hand heeft gehad in het overmaken van geldbedragen van [A] naar [C] in 2009 en het voldoen van facturen van [D] in 2009 en 2010, heeft naar het oordeel van het hof te gelden dat hij maatregelen ter voorkoming van de verboden gedragingen achterwege heeft gelaten, terwijl hij daartoe wel bevoegd en redelijkerwijs gehouden was. Niet alleen heeft hij in dat geval bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de verboden gedragingen zich zouden voordoen, maar heeft hij die gedragingen ook opzettelijk bevorderd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2e109a652d6c50f2649bf4684fe83117312b8329995465f906618e66e1bc87a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2e109a652d6c50f2649bf4684fe83117312b8329995465f906618e66e1bc87a, en de alinea staat in dat document op bytes 20736 tot 21303.