Citaat | Hoge Raad 12 mei 2020

Onder 3.1 Hoge Raad 12 mei 2020

Een alinea uit Hoge Raad 12 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:839.

(a) op de voet van art. 349, eerste lid, Sv de nietigheid van de dagvaarding, de onbevoegdheid van de rechter, de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging of de schorsing der vervolging wordt uitgesproken, aangezien een dergelijke beslissing op grond van de eerste volzin van het tweede lid van art. 359 Sv met redenen moet zijn omkleed;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b741f08b448cdb99ff07fdea786c6034ee93d857bc32dc080cfcfcbb96da24c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b741f08b448cdb99ff07fdea786c6034ee93d857bc32dc080cfcfcbb96da24c, en de alinea staat in dat document op bytes 10165 tot 10541.