Citaat | Hoge Raad 12 mei 2020
Onder 3.4. Hoge Raad 12 mei 2020
Een alinea uit Hoge Raad 12 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:839.
In cassatie lijdt dit evenwel naar huidig inzicht uitzondering voor het geval dat de verjaring reeds voor het indienen van de schriftuur was voltooid en de cassatieschriftuur niet de klacht bevat dat de rechter hetgeen hiervoren onder 3.1 is overwogen, heeft miskend. Wel zal de Hoge Raad ambtshalve ingrijpen ingeval de termijn van verjaring is vervuld tussen de indiening van de schriftuur en de uitspraak van het arrest omdat in dat geval niet bij wege van een middel van cassatie beroep kon worden gedaan op het alsnog intreden van de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b741f08b448cdb99ff07fdea786c6034ee93d857bc32dc080cfcfcbb96da24c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b741f08b448cdb99ff07fdea786c6034ee93d857bc32dc080cfcfcbb96da24c, en de alinea staat in dat document op bytes 12649 tot 13271.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2b741f08b448cdb99ff07fdea786c6034ee93d857bc32dc080cfcfcbb96da24c | shasum -a 256