Citaat | Hoge Raad 26 mei 2020
Onder 2.2.2 Hoge Raad 26 mei 2020
Een alinea uit Hoge Raad 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:868.
Naar aanleiding van een achtervolging op een gestolen personenauto [Opel Combo, grijs, met het kenteken [kenteken]] op 3 december 2007 is door ons, aangever [verbalisant 1], en mijn collega [verbalisant 2] een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt. Ik kan het volgende signalement geven van de bestuurder: Een blanke man met een ingevallen gezicht. Hij droeg een muts. Ik denk dat de man rond de 35 jaar geweest moet zijn. Door een lange bocht had ik de verdachte even niet in het zicht. Toen ik hem in het zicht kreeg zag ik dat hij op ons af kwam rijden. Hij reed op een smalle landweg ongeveer 60 kilometer per uur. Hij reed recht op ons af. Ik dacht dat hij koste wat het kost wilde ontkomen, wat de gevolgen hiervan ook zouden zijn. Om een aanrijding te voorkomen heb ik mijn voertuig met twee wielen rechts de berm ingereden. Had ik dit niet gedaan, waren de gevolgen niet te overzien. Dan had er zeer waarschijnlijk een zware aanrijding plaatsgevonden met zwaar gewonden en of mogelijk dodelijk afloop tot gevolg.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7cf66105768e871c8211800554b11b2e638cc47e072fe8432ff55cf67ea3c0f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7cf66105768e871c8211800554b11b2e638cc47e072fe8432ff55cf67ea3c0f5, en de alinea staat in dat document op bytes 12870 tot 13906.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7cf66105768e871c8211800554b11b2e638cc47e072fe8432ff55cf67ea3c0f5 | shasum -a 256