Citaat | Hoge Raad 26 mei 2020
Onder 2.2.2 Hoge Raad 26 mei 2020
Een alinea uit Hoge Raad 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:868.
Op 3 december 2007 hebben wij, aangever [verbalisant 2] en collega [verbalisant 1], in overleg met en in opdracht van de projectleider van de drugsactie ‘CHAMO’ het voertuig [Opel Combo, met het kenteken [kenteken]] gevolgd naar een plek alwaar wij buiten zicht het voertuig tot stilstand wilde brengen teneinde de bestuurder aan te houden. Ik zat hierbij als bijrijder in een onopvallend politievoertuig met collega [verbalisant 1] als bestuurder. Ik zag dat het een blanke man betrof met een ingevallen gezicht. De bestuurder van het voertuig heeft ons links weten in te halen. Direct heb ik het zwaailicht duidelijk zichtbaar op het dak van het dienstvoertuig geplaatst en mijn collega heeft de sirene aangedaan. Bij het uitkomen van een bocht zie ik dat het gesignaleerde voertuig bij een uitsparing in de weg heeft gekeerd en onze kant oprijdt. Wij reden op dat moment op een smalle landweg. Ik zag dat de bestuurder van het gesignaleerde voertuig in tegengestelde richting op ons af komt rijden. Door de smalheid van de weg is mijn collega [verbalisant 1] gedwongen ons voertuig de berm in te rijden om een frontale aanrijding met alle gevolgen van dien te voorkomen. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7cf66105768e871c8211800554b11b2e638cc47e072fe8432ff55cf67ea3c0f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7cf66105768e871c8211800554b11b2e638cc47e072fe8432ff55cf67ea3c0f5, en de alinea staat in dat document op bytes 14385 tot 15657.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7cf66105768e871c8211800554b11b2e638cc47e072fe8432ff55cf67ea3c0f5 | shasum -a 256