Citaat | Hoge Raad 15 mei 2020

Onder 2.1.3 Hoge Raad 15 mei 2020

Een alinea uit Hoge Raad 15 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:873.

Voor het geval moet worden aangenomen dat de Inspecteur het verdedigingsbeginsel wel heeft geschonden, heeft het Hof geoordeeld dat deze schending niet leidt tot vernietiging van de bestreden uitnodigingen tot betaling. Naar het oordeel van het Hof heeft belanghebbende namelijk niet aannemelijk gemaakt dat, zonder de schending van het verdedigingsbeginsel, zij een inbreng had kunnen leveren die voor het vaststellen van de uitnodigingen tot betaling van belang was en waarvan niet kan worden uitgesloten dat deze tot een besluitvormingsproces van de douaneautoriteiten met een andere afloop had kunnen leiden. Belanghebbende heeft betoogd dat zij dan had willen inbrengen dat de Jamaicaanse autoriteiten in dit geval een vergissing als bedoeld in artikel 220, lid 2, letter b, van het Communautair Douanewetboek hebben begaan vanwege ernstig tekortschieten in hun controleverplichtingen door de certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 af te geven. Daarbij heeft belanghebbende ter onderbouwing van de stelling dat deze inbreng tot een andere afloop van het besluitvormingsproces had kunnen leiden, gewezen op stukken die de Inspecteur voorafgaand aan de uitreiking van de uitnodigingen tot betaling niet ter beschikking hebben gestaan. Verder heeft belanghebbende betoogd dat zij voorafgaand aan de uitreiking van de uitnodigingen tot betaling had willen inbrengen dat de certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 niet rechtsgeldig namens de regering van Jamaica zijn ingetrokken. Deze stellingen heeft belanghebbende onderbouwd met stukken die geruime tijd na de uitreiking van de uitnodigingen tot betaling door derden zijn opgesteld. Het Hof heeft deze stellingen verworpen op de gronden dat de door belanghebbende gestelde inbreng feitelijk niet mogelijk was omdat de stukken waarmee zij die stellingen had willen staven pas geruime tijd na de uitreiking van de uitnodigingen tot betaling in handen van de Inspecteur zijn gesteld respectievelijk die stukken pas geruime tijd na de uitreiking van de uitnodigingen tot betaling door een derde zijn opgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a16d73bf70464c5676b2e716a94254f56ad06d1bdd7a0aeeb098c918cae6c4f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a16d73bf70464c5676b2e716a94254f56ad06d1bdd7a0aeeb098c918cae6c4f1, en de alinea staat in dat document op bytes 8362 tot 10440.