Citaat | Hoge Raad 15 mei 2020
Onder 2.2.3 Hoge Raad 15 mei 2020
Een alinea uit Hoge Raad 15 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:873.
In de hiervoor in 2.1.3 weergegeven oordelen van het Hof ligt besloten het oordeel dat de beide stellingen van belanghebbende zonder nader bewijs niet een andere afloop hadden kunnen bewerkstelligen wanneer de Inspecteur voorafgaand aan het uitreiken van de uitnodigingen tot betaling belanghebbende in de gelegenheid had gesteld om binnen een als redelijk aan te merken termijn te reageren op het voornemen na te vorderen. Het Hof heeft – in cassatie niet bestreden – vastgesteld dat belanghebbende pas een paar jaar na de uitreiking van de uitnodigingen tot betaling de beschikking heeft gekregen over stukken die zij ter onderbouwing van de beide stellingen over zou hebben willen leggen. Gelet op hetgeen hiervoor in 2.2.2 is overwogen, geven deze oordelen van het Hof niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Die oordelen kunnen, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige door de Hoge Raad in de cassatieprocedure niet op juistheid worden onderzocht. Zij zijn ook niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a16d73bf70464c5676b2e716a94254f56ad06d1bdd7a0aeeb098c918cae6c4f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a16d73bf70464c5676b2e716a94254f56ad06d1bdd7a0aeeb098c918cae6c4f1, en de alinea staat in dat document op bytes 12193 tot 13257.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a16d73bf70464c5676b2e716a94254f56ad06d1bdd7a0aeeb098c918cae6c4f1 | shasum -a 256