Citaat | Hoge Raad 15 mei 2020

Onder 3.1 Hoge Raad 15 mei 2020

Een alinea uit Hoge Raad 15 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:889.

Onderdeel I van het middel klaagt in de kern dat het hof (in rov. 5.3) ten onrechte ervan is uitgegaan dat het verjaringsregime uit het arrest van de Hoge Raad van 6 april 2012 in de zaak ASR/Achmea op het onderhavige geval van toepassing is. Het verjaringsregime uit het arrest ASR/Achmea geldt voor regres in de verhouding tussen hoofdelijke schuldenaren als bedoeld in de art. 6:10 BW in verbinding met art. 6:102 lid 1 BW. De vordering van Reaal is echter niet gegrond op regres tussen hoofdelijke schuldenaren als bedoeld in art. 6:10 BW, maar op art. 7:961 BW of op de redelijkheid en billijkheid. Om die reden is de verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW in dit geval aangevangen op de dag volgend op die waarop Reaal bekend was met de schade en de aansprakelijke persoon. Het hof heeft dit alles miskend, zo betoogt het onderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6928d91aa41dada1d58fa9beee4cc2abeafe9cead1e7adff3ae18aeeeac09026. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6928d91aa41dada1d58fa9beee4cc2abeafe9cead1e7adff3ae18aeeeac09026, en de alinea staat in dat document op bytes 14791 tot 15723.