Citaat | Hoge Raad 15 mei 2020
Onder 3.4.2 Hoge Raad 15 mei 2020
Een alinea uit Hoge Raad 15 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:889.
Ingevolge art. 3:310 lid 1 BW verjaart een rechtsvordering tot vergoeding van schade door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is daarvoor nodig dat de benadeelde daadwerkelijk in staat is een rechtsvordering tot vergoeding van de schade in te stellen. De vijfjarige verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW kan dan ook niet eerder een aanvang nemen dan op de dag na die waarop de schadevordering opeisbaar is geworden. Dit geldt ook indien voordien reeds bekend is dat de schade geleden zal worden en wie de aansprakelijke persoon is. De benadeelde is immers niet daadwerkelijk in staat een rechtsvordering tot vergoeding van de schade in te stellen voordat de vordering opeisbaar is geworden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6928d91aa41dada1d58fa9beee4cc2abeafe9cead1e7adff3ae18aeeeac09026. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6928d91aa41dada1d58fa9beee4cc2abeafe9cead1e7adff3ae18aeeeac09026, en de alinea staat in dat document op bytes 17945 tot 18892.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6928d91aa41dada1d58fa9beee4cc2abeafe9cead1e7adff3ae18aeeeac09026 | shasum -a 256