Citaat | Hoge Raad 15 mei 2020
Onder 3.6.1 Hoge Raad 15 mei 2020
Een alinea uit Hoge Raad 15 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:889.
Onderdeel II klaagt onder meer dat het hof (in rov. 5.4) ten onrechte het standpunt van Centraal Beheer heeft verworpen dat de verjaringstermijn voor de gehele vordering een aanvang heeft genomen op het moment dat Reaal op 15 juni 2001 de eerste betaling deed. Volgens het onderdeel neemt de verjaring van het vorderingsrecht voor de gehele vordering een aanvang op het eerste moment van het ontstaan van de schade, ook als de omvang van de schade nog niet bekend is. Omdat Reaal op 15 juni 2001 de eerste betaling aan de patiënt heeft voldaan, was Reaal uiterlijk op die datum bekend met de schade en de aansprakelijke persoon. Bovendien was op dat moment de regresvordering van Reaal opeisbaar. De verjaringstermijn voor de gehele regresvordering van Reaal – waaronder dus ook de vordering voor de slotuitkering – heeft daarmee op grond van art. 3:310 lid 1 BW uiterlijk op 15 juni 2001 een aanvang genomen, aldus het onderdeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6928d91aa41dada1d58fa9beee4cc2abeafe9cead1e7adff3ae18aeeeac09026. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6928d91aa41dada1d58fa9beee4cc2abeafe9cead1e7adff3ae18aeeeac09026, en de alinea staat in dat document op bytes 19679 tot 20640.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6928d91aa41dada1d58fa9beee4cc2abeafe9cead1e7adff3ae18aeeeac09026 | shasum -a 256