Citaat | Hoge Raad 19 mei 2020
Onder 2.2.3 Hoge Raad 19 mei 2020
Een alinea uit Hoge Raad 19 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:896.
Het hof gaat er dan ook van uit dat de verdachte bewust een groot aantal (en dus méér dan de tenlastegelegde negen) belastingaangiften onjuist heeft doen indienen, waaruit een structureel patroon blijkt met een omvangrijk karakter (over nagenoeg vier jaar, het merendeel van de in te dienen belastingaangiften). Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft de verdachte ook erkend dat hij – kort samengevat – het ene gat met het andere vulde teneinde zijn bedrijf gaande te houden en dat daarom teneinde voldoende cashflow beschikbaar te hebben, de aangiftes omzetbelasting valselijk te laag werden gehouden. Van zijn voornemen tijdig een suppletieaangifte te doen kwam niets terecht omdat het cashflowprobieem zich (en naar het hof begrijpt: in steeds sterkere mate) bleef voordoen. De verdachte heeft aldus, zoals hij ter terechtzitting in eerste aanleg ook heeft verklaard, de fiscus als bank gebruikt, waarvan de belastingdienst onkundig bleef en uiteindelijk (door het faillissement) ook onbetaald bleef. Daarbij is van belang dat de omzetbelasting een zakelijke schuld is, de in rekening gebrachte en van de afnemers ontvangen omzetbelasting behoort aan de belastingdienst toe en niet aan de belastingplichtige onderneming.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e8dc5fc225e762a7da7281ca2ca334e0381a385d33f58d299cc084a361d2cd2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e8dc5fc225e762a7da7281ca2ca334e0381a385d33f58d299cc084a361d2cd2, en de alinea staat in dat document op bytes 25674 tot 26919.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e8dc5fc225e762a7da7281ca2ca334e0381a385d33f58d299cc084a361d2cd2 | shasum -a 256