Citaat | Hoge Raad 19 mei 2020

Onder 2.2.3 Hoge Raad 19 mei 2020

Een alinea uit Hoge Raad 19 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:896.

Het hof is het tenslotte met de Advocaat-Generaal eens dat een efficiënte rechtspleging ermee is gebaat dat in het onderhavige geval de tenlastelegging is beperkt tot negen representatieve belastingaangiften waarbij het in volle omvang ten laste leggen van alle 32 aangiften geen toegevoegde waarde heeft. Gelet op de inhoud van het dossier acht het hof dit een aanvaardbare vorm van tenlastelegging nu daaruit enerzijds de zwaarte van het misdrijf blijkt en anderzijds geen – gezien de aard van de zaak waar het hier om gaat: het repeterend op identieke wijze feitelijk leiding geven aan het doen van onjuiste aangiften omzetbelasting – onnodig extra werk ontstaat. Dat de 23 aangiften niet, althans niet formeel, ad informandum zijn gevoegd leidt niet tot een ander oordeel, zeker niet nu deze aangiften deel uitmaken van het dossier en niet is betwist dat deze aangiften onjuist waren. De verdachte is over deze overige aangiften ondervraagd, en heeft zich er over kunnen uitlaten. Dat de verdachte op enige wijze in zijn verdedigingsbelang is geschaad, is niet aannemelijk (geworden). Uit het aantal van 32 maandaangiften over een periode van bijna vier jaar volgt het omvangrijke karakter van de fraude terwijl niet is gebleken van enige inhaal middels suppletie-aangiften.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e8dc5fc225e762a7da7281ca2ca334e0381a385d33f58d299cc084a361d2cd2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e8dc5fc225e762a7da7281ca2ca334e0381a385d33f58d299cc084a361d2cd2, en de alinea staat in dat document op bytes 26931 tot 28227.