Citaat | Hoge Raad 29 mei 2020

Onder 2.4 Hoge Raad 29 mei 2020

Een alinea uit Hoge Raad 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:956.

De strekking van art. 11 lid 1 LLMC is dat degene die verwacht dat hij aansprakelijk zal worden gesteld en gebruik wil maken van zijn bevoegdheid tot beperking, niet zelf kan kiezen in welke verdragsstaat zijn limitatiefonds zal worden gevormd, maar zal moeten afwachten tot zijn mogelijke tegenpartij ‘legal proceedings’ tegen hem initieert. Het LLMC definieert niet wat in dit verband onder ‘legal proceedings’ moet worden verstaan, maar duidelijk is dat dit begrip ruim moet worden opgevat. Ook het aanhangig maken van een arbitrageprocedure valt hieronder. In dit geval heeft Stolt Commitment een arbitraal geding aanhangig gemaakt tegen Stolt Tankers op grond van de tussen hen bestaande bevrachtingsovereenkomst. In dit arbitraal geding houdt Stolt Commitment Stolt Tankers aansprakelijk voor alle jegens haar gepretendeerde claims naar aanleiding van de aanvaring. A Line c.s. hebben betoogd dat hier geen sprake is van een ‘waarachtig rechtsgeding gebaseerd op een echt geschil of vordering’, maar om een ‘toneelstukje tussen de beide Stolts’ en dat niet valt in te zien waarom Stolt Commitment haar eigen vennootschapsrechtelijke moeder, die voor een verzekering heeft gezorgd, in een arbitraal geding zou betrekken. Naar het oordeel van het hof stellen A Line c.s. hiermee eisen aan het karakter van ‘legal proceedings’ in de zin van art. 11 lid 1 LLMC die in het LLMC niet zijn te vinden en die bij een redelijke verdragsuitleg (overeenkomstig de regels van het Weens Verdragenverdrag) ook niet noodzakelijkerwijs daaruit voortvloeien. Niet is vereist dat de aansprakelijkheid en/of de vordering worden betwist en evenmin dat degene die ‘legal proceedings’ begint, niet in een vennootschapsrechtelijke betrekking staat tot de aansprakelijk gehouden partij. Ook indien aan die of dergelijke voorwaarden niet is voldaan, kan sprake zijn van een reële, voor beperking vatbare vordering. Dat dit hier anders is en dat de (intercompany)vordering in werkelijkheid niet bestaat, volgt onvoldoende uit wat A Line c.s. aanvoeren. Er bestaat geen goede grond Stolt Commitment met Stolt Tankers te vereenzelvigen. Het bestaan van verzekeringsdekking is niet relevant. (rov. 5.2)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2eeddd691cb7a975c08fa77e0819d742b8f3e3cba75b7469fff4f5133cd70dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2eeddd691cb7a975c08fa77e0819d742b8f3e3cba75b7469fff4f5133cd70dd, en de alinea staat in dat document op bytes 11884 tot 14100.