Citaat | Hoge Raad 29 mei 2020
Onder 3.1.6 Hoge Raad 29 mei 2020
Een alinea uit Hoge Raad 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:956.
Anders dan het onderdeel aanvoert, heeft het hof niet het hiervoor in 3.1.4-3.1.5 omschreven rechtskarakter van art. 11 lid 1 LLMC miskend. Het hof heeft in rov. 5.3 immers overwogen dat art. 11 lid 1 LLMC niet ertoe strekt rechtsmacht te bepalen, maar wel vereist dat in de verdragsstaat waar het beperkingsfonds kan worden gevormd, een rechtsgeding met betrekking tot voor beperking vatbare vorderingen aanhangig wordt gemaakt. Blijkens hetgeen het hof in rov. 5.2 heeft overwogen, moet de door Stolt Commitment tegen Stolt Tankers in Nederland ingestelde arbitrale procedure worden aangemerkt als een rechtsgeding zoals in art. 11 lid 1 LLMC bedoeld. Vervolgens heeft het hof in rov. 5.3 vastgesteld dat de rechtbank Rotterdam – op een niet aan het LLMC ontleende grondslag – rechtsmacht toekomt om kennis te nemen van het verzoek van Stolt Tankers tot fondsvorming op de voet van het LLMC. Uit deze overwegingen en vaststellingen volgt dat het hof heeft onderkend dat art. 11 lid 1 LLMC van belang is voor de mogelijkheid om door tussenkomst van de Nederlandse rechter aansprakelijkheid te beperken en in zoverre het karakter van een rechtsmachtbepaling heeft. Het onderdeel kan dan ook bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2eeddd691cb7a975c08fa77e0819d742b8f3e3cba75b7469fff4f5133cd70dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2eeddd691cb7a975c08fa77e0819d742b8f3e3cba75b7469fff4f5133cd70dd, en de alinea staat in dat document op bytes 24777 tot 26046.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d2eeddd691cb7a975c08fa77e0819d742b8f3e3cba75b7469fff4f5133cd70dd | shasum -a 256