Citaat | Hoge Raad 29 mei 2020

Onder 3.2.7 Hoge Raad 29 mei 2020

Een alinea uit Hoge Raad 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:956.

Indien tot uitgangspunt wordt genomen (i) dat een verzoek tot fondsvorming en beperking van aansprakelijkheid als bedoeld in art. 642a lid 1 Rv in verbinding met de art. 8:750-759 BW valt binnen de materiële reikwijdte van de Verordening Brussel I-bis, en (ii) dat de bevoegdheidsbepalingen van de art. 4-8 Verordening Brussel I-bis zich lenen voor toepassing op een dergelijk verzoek, is de rechtbank Rotterdam op grond van art. 4 Verordening Brussel I-bis in verbinding met art. 642a lid 1 Rv bevoegd om kennis te nemen van het verzoek van Stolt Tankers voor zover dat is gericht tegen Stolt Commitment als belanghebbende, nu laatstgenoemde partij haar woonplaats in Nederland heeft en de ‘Stolt Commitment’ niet in Nederland te boek staat. Voorts berust in dat geval de bevoegdheid van de rechtbank Rotterdam om kennis te nemen van het verzoek van Stolt Tankers voor zover dat is gericht tegen de belanghebbenden die hun woonplaats hebben in een andere EU-lidstaat (hier: Marship en Standard Club), op art. 8, aanhef en onder 1, Verordening Brussel I-bis, nu mag worden aangenomen dat tussen dat verzoek en het tegen Stolt Commitment gerichte verzoek de door die bepaling vereiste ‘nauwe band’ bestaat. Een en ander geldt op overeenkomstige wijze voor de corresponderende bepalingen van het (hiervoor in 2.4 genoemde) EVEX II-Verdrag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2eeddd691cb7a975c08fa77e0819d742b8f3e3cba75b7469fff4f5133cd70dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2eeddd691cb7a975c08fa77e0819d742b8f3e3cba75b7469fff4f5133cd70dd, en de alinea staat in dat document op bytes 32595 tot 34018.