Citaat | Hoge Raad 29 mei 2020
Onder 2.2.3 Hoge Raad 29 mei 2020
Een alinea uit Hoge Raad 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:984.
Ook het betoog van [de bestuurders] dat de betalingen die na het verstrijken van de in de Term Sheet vermelde einddatum van 31 maart 2015 plaatsvonden, zijn verricht uit hoofde van een eveneens tussen [A en B] c.s. en [verweerster] gesloten raamovereenkomst en dus niet op grond van de Term Sheet, faalt. Door ook na 31 maart 2015 tijdens de onderhandelingen verder te gaan op de oude voet van de Term Sheet hebben [A en B] c.s. en [verweerster] de in de Term Sheet vastgelegde overeenkomst stilzwijgend voortgezet. Voor de stelling dat er door [verweerster] ook betaald is voor door [A en B] c.s. verricht werk is in de Term Sheet geen steun te vinden. De stelling is ook overigens door [de bestuurders] onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd. [De bestuurders] beroepen zich nog op een e-mail van 21 juli 2014 (…), voor zover inhoudende:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a95cc72a53edf08ce63d1bb9adfb2e5cd110178a18e161a065dacf5e404fd3f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a95cc72a53edf08ce63d1bb9adfb2e5cd110178a18e161a065dacf5e404fd3f, en de alinea staat in dat document op bytes 17910 tot 18762.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8a95cc72a53edf08ce63d1bb9adfb2e5cd110178a18e161a065dacf5e404fd3f | shasum -a 256